In Maleisië hanteert men vaak geheel andere omgangsvormen dan wij gewend zijn. Wanneer je je aan de normale omgangsvormen houdt loopt je weinig kans om iemand eventueel onbedoeld te beledigen. Hieronder volgt een overzicht van enkele plaatselijke normen en waarden die van pas kunnen komen tijdens je bezoek aan Maleisië en Borneo.
Begroeten – In Europa is het heel gewoon voor mannen en vrouwen die elkaar begroeten om de hand te schudden of een kus op de hand of wang te geven. In Maleisië echter geeft men elkaar alleen de hand als men familie is. Mannen begroeten altijd eerst de mannen en dan de vrouwen en bij de vrouwen is het precies andersom. Veel Moslim vrouwen geven mensen van een ander geslacht liever geen hand. In zo’n geval volstaat een knikje of een glimlach.
Kleding – Iedereen wordt geacht zich onopvallend te kleden, vooral buiten de steden. Bij een bezoek aan een tempel of moskee of bij mensen thuis is het onbeleefd om een short te dragen.
Ouderen – Ouderen worden altijd met respect behandeld . Met die reden zal men een confrontatie of het in het openbaar tonen dat men het niet met hen eens is, proberen te voorkomen.
Punctualiteit – De Maleisiërs hebben een eigen tijd, wat van alles kan betekenen. Een lokale bus of boot vertrekt bijna nooit op de aangegeven tijd en is bijna altijd te laat. De tijd kan verschillen van een aantal minuten tot enkele uren.
Schoenen – Voor het betreden van een religieus heiligdom of een privé huis, hoe eenvoudig dit ook is, wordt je geacht uw schoenen uit te trekken.
Tutoyeren – De Maleisiërs noemen elkaar bij hun voornaam. Wees niet beledigd als een Maleisiër je met Mr., Mrs. Of Miss aanspreekt gevolgd door je voornaam.
Voeten – In aanwezigheid van een hoogwaardigheidsbekleder of in een traditioneel huis is het onbeleefd om je benen over elkaar heen te slaan met de voetzolen in de richting van die persoon of het oudste mannelijke familielid. Dit geldt in het bijzonder voor vrouwen.
Wijzen – Het wordt als zeer onbeleefd beschouwd naar iemand te wijzen met je vinger. Om iemand aan te wijzen maak je van je rechterhand een vuist met de duim bovenaan om zo diegene aan te wijzen. Om een richting aan te geven wordt altijd de hele hand gebruikt.