In Italië draait het leven om eten – maar dan wel op z’n Italiaans. Wie zich een beetje verdiept in de eetcultuur, merkt al snel: het gaat niet alleen om wat je eet, maar vooral hoe en wanneer.
Zo eet men er doorgaans later dan we in Nederland gewend zijn. Lunchtijd is vanaf 13:00, en het diner begint pas écht na 20:00. In kleine dorpen kan een restaurant voor 19:00 nog gewoon gesloten zijn – geen paniek, dat is volkomen normaal.
En wat je bestelt? Ook daarin heeft de doorsnee Italiaan een idee bij. Een pizza als lunch bijvoorbeeld, dat doen de meeste Italianen liever niet – pizza is een avondgerecht. En die cappuccino na het eten? Beter van niet. Italianen drinken cappuccino alleen in de ochtend, want melk na een maaltijd wordt gezien als ‘zwaar’. Wil je opgaan in de lokale gewoontes, bestel dan gewoon een espresso na het eten – kort, sterk en precies goed. Maar neem uiteraard gewoon wat je lekker vindt.
Ook aan tafel geldt: quando a Roma, fai come i Romani – doe zoals de Romeinen. Dus als er al olie of azijn op tafel staat, vraag dan niet om extra’s. In Italië vertrouw je de kok. Brood krijg je vaak los geserveerd, zonder boter. Geen vergissing, maar een gewoonte: het brood gebruik je om de laatste restjes saus van je bord te vegen. Daar hebben ze zelfs een woord voor: fare la scarpetta. En geloof me – het is heerlijk.
Kortom: eet met het ritme van het land, laat je verrassen door de lokale gebruiken, en proef Italië zoals het bedoeld is.